Gedachten en gedichten van Rop Janze

Zeer onregelmatig zet Rop een nieuwe tekst op deze pagina. Dat kan een gedicht, een column, een gedachte, een liedtekst of een andere hersenspinsel van hem zijn.

De columns die Rop maakt voor het RTVOost radioprogramma De Roze Golf zijn te lezen en terug te luisteren via www.rozegolf.net

 

27 augustus 2016: Warm he?

Wat is het warm he?

De mussen vallen van het dak!

Oh nee, mussen zie je niet meer zoveel.

Er zat er nog ééntje bij ons op het dak;

die verschroeide zijn pootjes

aan ons zonnepaneel.

 

 

15 juni 2016: Ik wil nooit meer terug in de kast  

Orlando....Veredelde aanslag Gay Pride Los Angeles....Verbod zoenende mannen in Les Misérables in Signapore...
En toen rolde deze tekst er uit:

 

Haat je mij terwijl je me niet kent?
Haat je mij omdat je zelf anders bent?
Vind je mij wanstaltig en onaangepast?
Sorry, maar ik ga nooit, nee nooit meer terug in de kast

Je kunt me verzwijgen, je kunt me negeren
Je kunt me verrot slaan en laten creperen
Ervaar je mijn liefde, mijn lust als een last?
Heus, ik ga nooit, nee nooit meer terug in de kast

Is mijn liefde veel erger dan jouw haat?
Roep me dan na als je me ziet lopen op straat
Gooi mijn ruiten in, en als je mijn ziel bekrast
Weet ik ga nooit, nee nooit meer terug in de kast

Vind je mijn zoenen pervers? Wie heeft je dat geleerd?
Mag ik jouw land niet in? Wat deed ik verkeerd?
Al ontneem je mijn rechten en zet je me vast
ik ga nooit, nee nooit meer terug in de kast

Al breng je me om, ik zal niet verdwijnen
Aan de hemel zal telkens een regenboog verschijnen
Dus al lig ik in mijn kist, zelfs al ben ik verast
Ik ga nooit, nee nooit meer terug in de kast!

 

 

LATER ALS IK OUD BEN

Ik zit aan het bed van mijn schoonvader. Hij ligt in het ziekenhuis. Achter hem hangen allemaal vrolijke, opbeurende kaarten en tekeningen van de kleinkinderen. Toch vreemd dat de post in een ziekenhuis altijd achter de patiënt hangt. Waarom?

Aan de overkant van mijn schoonvader ligt een klein, verschrompeld mannetje. Past makkelijk in een kinderbedje. Hij heeft een rimpelig hoofd en een gelige huid. Maar hij heeft een heel vrolijk gezicht en stralende ogen. Terwijl achter dat mannetje maar twee kaarten hangen! Van die ouderwetse kaarten met een bloem. De kaarten zijn duidelijk uit één en dezelfde serie, dus blijkbaar door één en dezelfde persoon verstuurd.Als ik bij mijn schoonvader ben, heeft dat mannetje geen bezoek. Helemaal niemand. Nooit. Wat zullen die dagen lang duren voor die man.

En ineens zie ik mezèlf op die leeftijd in dat ziekenhuis bed liggen. Witte lakens. Witte huid. Geen kinderen die desnoods uit plichtsbesef bij je langs komen. Geen kleinkinderen. Mijn partner is ouder dan ik, dus die zal tegen die tijd ook wel wat mankeren of er niet meer zijn. Twee kaarten hangen boven me, gekregen van een vriendin die niet meer zo mobiel is, en niet meer op bezoek kan, maar gelukkig voor mij nog met de groots mogelijke moeite, onderweg vier keer uitrustend op haar rollator, toch nog net de brievenbus kan bereiken. En wat zou er op staan? Iets persoonlijks? Of alleen Vr. gr.???? Hoe kijk ik dan naar die man aan de overkant die twee keer per dag bezoek krijgt, kinderen, kleinkinderen, soms meerdere mensen tegelijk, al die kaarten, tekeningen en bloemen. Berustend?  Verbitterd? Jaloers?  Treurig? Of kan ik net als dat mannetje blij zijn om de tekeningen en de kaarten die bij de andere patiënten hangen en die hij wél kan zien?